Een bericht van de president: Een gezegend nieuw jaar

Beste broeders en zusters over de hele wereld,

Hartelijke, christelijke groeten met de volgende woorden uit de inspiratie: ‘En ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven zullen. Opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt’ Johannes 17:20-21.

Jezus was op Zijn weg naar Gethsémané en Golgotha. Vóór Zijn verschrikkelijke angst toonde Hij Zijn bezorgdheid voor Zijn discipelen. Helaas, na meer dan drie jaar met Jezus te hebben samengewerkt hadden de discipelen nog steeds verkeerde ideeën over Gods koninkrijk en ruzieden zij onderling om de hoogste plaats in het veronderstelde aardse koninkrijk. Na de ceremonie van de voetwassing bereikten bijna allen harmonie en eenheid. Alleen Judas weigerde zijn leven aan Christus over te geven en Satan nam de leiding van hem over.

Als wij het nieuwe jaar naderen, beseffen wij, dat dezelfde ervaring van de discipelen in de bovenzaal nodig is om deze te bereiken door onze mensen. Wij hebben die gezegende eenheid niet bereikt, die nodig zal zijn, voordat de gemeente gezegend kan worden met de doop met de Heilige Geest tijdens de late regen.

In Zijn gebed in Johannes 17 pleitte Christus voor de Vader om Zijn discipelen te zegenen, zodat ze één konden zijn, zoals Christus, de Vader en de Heilige Geest één zijn.

Voordat wij echter volledig met elkaar verenigd zijn, moeten wij ons verenigen met Christus. Deze gezegende toestand kan alleen worden bereikt door de volledige overgave van ons leven aan de leiding van de Heilige Geest.

Onder ons als volk is er nog steeds sprake van kwaad spreken, laster, valse beschuldigingen. Dit zijn Satans hulpmiddelen om verdeeldheid en scheiding onder Gods volk te bevorderen.

Wanneer wij ons leven aan Christus overgeven, spreidt de Heilige Geest Gods liefde in ons hart. Gods liefde is het belangrijkste principe van Zijn wet. Als wij Christus echt liefhebben, dan zullen wij elkaar liefhebben, en deze liefde zal getoond worden in gehoorzaamheid aan al Gods geboden.

De apostel Paulus schreef, dat wij alleen met liefde de wet kunnen vervullen.

‘Weest niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Liefde doet de naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet’ Romeinen 13:8-10.

Als wij Gods liefde niet in ons hart bezitten, kunnen wij God niet boven alles liefhebben en onze naasten als onszelf. Met andere woorden, wij kunnen Gods geboden niet houden, als wij Gods liefde niet bezitten. En wij kunnen Gods liefde niet hebben, als wij ons leven niet aan Christus overgeven.

In Matthéüs 5:48 zei Christus, dat wij volmaakt moeten zijn in liefde, zoals onze hemelse Vader volmaakt is in Zijn sfeer. En Jakobus verklaart, dat alleen degenen, die hun tong in bedwang houden, volmaakt zijn.

Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in toom te houden. Ziet, wij leggen de paarden tomen in de monden, opdat zij ons zouden gehoorzamen, en wij leiden daarmee hun gehele lichaam om. Ziet ook de schepen, hoewel zij zo groot zijn, en door harde wind gedreven, zij worden omgewend door een zeer klein roer, waarheen ook de begeerte van de stuurman wil. Alzo is ook de tong een klein lid en roemt nochtans grote dingen. Ziet, een klein vuur, hoe grote hoop hout het aansteekt. De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid; alzo is de tong onder onze leden gesteld, welke het gehele lichaam besmet en ontsteekt het rad onzer geboorte, en wordt ontstoken door de hel. Want alle natuur, beide van de wilde dieren en van de vogels, beide van de kruipende en van de zeedieren, wordt getemd en is getemd geweest door de menselijke natuur. Maar de tong kan geen mens temmen; zij is een onbedwingbaar kwaad, vol van dodelijk venijn’ Jakobus 3:2-8.

Alleen wanneer wij verenigd zijn met Christus en geleid door de Heilige Geest, kunnen wij volledig onze tong beheersen.

Ellen G. White verklaart, dat de meeste problemen van de gemeente het gevolg zijn van het verkeerde gebruik van onze tong.

De gemeente zal alleen kracht hebben om de wereld te schudden, als wij de christelijke eenheid bereiken.

Laten wij ons volledig wijden aan de Heer, zodat tijdens dit nieuwe jaar Gods karakter van liefde kan worden weerspiegeld door Zijn kinderen. Laten wij meer tijd nemen om te bidden, om Gods woord te bestuderen, om ons gezin rond het gezinsaltaar te verenigen. Op deze manier wandelen wij met Jezus en hebben elkaar lief, zoals Christus ons heeft liefgehad.

 

Moge dit onze ervaring zijn in 2019!

Van harte en in Jezus Christus,

Davi P Silva

Vrijheid van keuze

Van af het eerste begin gaf God de mensheid de macht om te kiezen tussen goed en kwaad, gehoorzaamheid en opstand, leven en dood. Tot het eerste paar zei Hij: ‘Van alle bomen van deze hof zult gij vrij eten; maar van de boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij de dood sterven’ (Genesis 2:16-17.).
Er zijn enkele interessante punten om in dit Schriftgedeelte te beschouwen:
1. God zei, dat zij vrij konden eten van elke boom in de hof. Hier is ware vrijheid, gevonden in gehoorzaamheid aan God.
2. Anderzijds belette God Adam niet van de verboden vrucht te eten, maar openbaarde hem het gevolg van ongehoorzaamheid. Een bekende prediker heeft keuzevrijheid een “verschrikkelijke vrijheid” genoemd, met alle gevolgen van dien. Inderdaad moeten wij altijd zorgvuldig nadenken voor wij een beslissing nemen, vooral als het mogelijk iets kan betekenen, dat tegengesteld is aan Gods wil. Het is van vitaal belang om verstandig gebruik te maken van onze keuzevrijheid. Aan Kaïn en Abel was ook keuzevrijheid gegeven tussen het volgen van Gods aanwijzingen betreffende ware aanbidding ten opzichte van het doen van hun eigen wil. Abel koos de eerste en Kaïn de tweede. Wij kennen heel goed het gevolg van hun keuze.
Alvorens het beloofde land binnen te gaan maakte Mozes twee opties aan Israël bekend: ‘Het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek! Kiest dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad’ (Deuteronomium 30:19). Wij kunnen kiezen tussen leven en dood, maar de Heer raadt ons ten sterkste aan om het leven te kiezen. Dit is een zeer verstandige keuze.
Vlak voor zijn dood nodigde Jozua Israël uit om hun gelofte om de Heer te gehoorzamen te vernieuwen. Hij zei tegen hen: ‘Doch zo het kwaad is in uw ogen de Heere te dienen, kiest u heden, wie gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in wier land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen de Heere dienen!’ (Jozua 24:15). Jozua maakte duidelijk, dat die goden van Kanaän hun land niet konden houden. Maar Israël was vrij om te kiezen.
Tijdens de grote afval in de tijd van koning Achab legde Elia, Gods boodschapper, twee opties het volk voor: ‘Hoelang hinkt gij op twee gedachten? Zo de Heere God is, volgt Hem na, en zo het Baäl is, volgt hem na!’ (1 Koningen 18:21).
Voor die dag had Israël drie en een half jaar geleden, omdat zij op Baäl vertrouwden. Wat zou de verstandige keuze zijn? Maar zij waren vrij om Baäl te kiezen en de verschrikkelijke gevolgen te lijden.
In Matthéüs 7:13-14 plaatste Christus voor Zijn toehoorders twee wegen en legde de zekere gevolgen van beide uit: ‘Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door deze ingaan; want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die deze vinden.’ Ook in dit opzicht beveelt Christus ons sterk aan om binnen te gaan door de enge poort. Maar wij zijn vrij om te kiezen, welke weg wij willen volgen: leven of dood.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog moesten de Zevende Dags Adventisten kiezen tussen
*God gehoorzamen en verdrukking en vervolging ondergaan van het land, of
*De burgerlijke autoriteiten gehoorzamen en het misnoegen van God ondergaan.
Een klein overblijfsel, door Gods genade, koos om de Tien Geboden van Gods wet te gehoorzamen, en zij werden uitgesloten van de gemeente, die zij liefhadden en vervolgd door de autoriteiten. Dit getrouwe standpunt resulteerde in het begin van de Zevende Dags Adventisten Reformatiebeweging.
Onder de prediking van de boodschap van de derde engel zal iedereen kiezen tussen
*Het ontvangen van het teken van God en het ondergaan van de vervolging van de burgerlijke en godsdienstige autoriteiten, of
*Het ontvangen van het merkteken van het beest en de zeven laatste plagen ondergaan. (Zie Openbaring 13 het hele hoofdstuk en 14:9-13).
Welke weg zullen wij kiezen? Alleen door Gods genade kunnen wij het juiste pad kiezen en trouw zijn aan de Heer.

Dit is een publicatie uit de Reformatie Nieuws 3 2018